Slimme drones en sensoren helpen bij het bestrijden van een natuurbrand. Maar blussen doen ze niet

5 dagen geleden 2

If the mission is dull, dumb or dangerous, send the drone”, zo zei een Amerikaanse brandweerman onlangs over de drones die pingpongballetjes laten vallen in het Shasta-Trinity National Forest, in het noorden van Californië. Bij het neerkomen op de grond komen in het balletje kaliumpermanganaat en glycerol bij elkaar, wat vlam vat. Zo worden op die plek planten en struiken weggebrand. De grotere natuurbrand heeft dan, zodra die daar aankomt, geen brandstof meer en kan niet verder.

Andere drones kunnen in zwermen branden opsporen en als het even kan uitmaken. Er zijn sensoren die uitgerust met AI een beginnend fikkie opmerken. En satellieten die branden opsporen. En pingpongballetjes dus.

De brandbestrijdingstechniek gaat snel. En dat is niet zo gek, want een opwarmend en wispelturig klimaat zorgt ervoor dat het brandseizoen in Europa langer is geworden en de branden heftiger. 2025 was een recordjaar in aantal hectares afgebrand natuurgebied, en ook dit jaar is er elke week weer een grote brand in het nieuws. Spanje, Portugal en Frankrijk krijgen het zwaar te verduren – deze week gold in vier Franse provincies nog code rood vanwege het hoge risico op natuurbranden, in bijna de hele rest van het land code oranje. En er zijn branden in Noorwegen, Schotland en ook in Nederland. Het aantal ‘brandgevoelige’ dagen hier, met een relatieve luchtvochtigheid onder de 50 procent, is sinds 1950 verdubbeld. En dan is er sinds half juli ook nog een watertekort, waardoor bluswater moeilijker te vinden is.

Ook de Nederlandse brandweer blijft bij de tijd, blijkt uit een rondgang. Brandweerlieden maken gebruik van satellietbeelden, ze vliegen met drones, er zijn natuurgebieden met sensoren in de grond en er wordt gewerkt met robots, ook onder water.

Neem die satellieten. Die kun je vanwege de beperkte momenten dat ze overkomen, niet gebruiken om echt branden op te sporen, maar wel voor het overzicht van wat er groeit in bloeit in Nederland: de ene plant is brandbaarder dan de ander. Als je weet waar de brandbare planten staan, wat de temperatuur is en hoe de wind staat, kun je heel aardig inschatten wat het risico is op natuurbranden.

En om in de gaten te houden hoe droog de grond zelf is, staan er her en der vochtsensoren in de grond. „Dat is heel fijn instrumentarium”, vertelt Anton Slofstra, regionaal commandant brandweer Gelderland-Midden, via Zoom. Met een glimlach: „Maar als ik het een beetje plat uitleg, komt het gewoon neer op een houten stokje dat vocht onttrekt aan de grond, en hoe meer vocht er is hoe zwaarder het wordt.”

Achter hem hangt een grote kaart van Gelderland, met de Veluwe als een van de grootste natuurgebieden van het land in het midden. Op zo’n kaart zou je met rode punaises zo kunnen aangeven waar beter opgelet moet worden op droge, hete dagen. Met al die informatie zou je meer kunnen, zegt Slofstra, ook landelijk portefeuillehouder natuurbranden. „Als je in sommige dorpen in Frankrijk of Portugal binnenrijdt zie je borden waarop het risico op natuurbranden staat, zoiets zouden wij ook willen hebben. Je zou het ook in het weerbericht kunnen meenemen en dan kunnen zeggen: boven een bepaald risiconiveau geen barbecue.”

Dat is het belangrijkste. Kennis. Weten wat de situatie is in een bepaald gebied, en dan zorgen dat iedereen is voorbereid. En áls het dan misgaat geldt ondanks alle innovaties: eerst water, de rest komt later. „Het is niet zo dat we een robotje kunnen sturen, en dat we alleen maar hoeven te wachten tot die brand uit is. De eerste zorg bij een natuurbrand is om er bij in de buurt te komen met water.”

Die techniek gaat zó snel. Wat je vandaag koopt is morgen verouderd

Natuurlijk, zegt de brandweercommandant, hoe meer beeld je hebt van boven, hoe beter je in de gaten kunt houden waar en hoe het misgaat, daar is winst te behalen. Het Team Digitale Verkenning, een steeds serieuzere brandweerafdeling met 200 mensen, kan met drones snel zien waar het rookt, en of dat pluimpje misschien een stofwolk van een ploegende boer is, een barbecue, een hete motor óf een beginnende natuurbrand. Maar daar gooit de vergunningdruk nogal eens roet in het eten. Drones mogen niet altijd zomaar overal vliegen, zeker niet als er ook helikopters of vliegtuigen in de lucht zijn. En ook voor opnames is er regelgeving waar de brandweer rekening mee moet houden. Ze mogen meer dan gewone burgers, maar als ze bij toeval opnames maken van iemand die bijvoorbeeld brand sticht, is het de vraag of de politie die gewoon mag gebruiken voor opsporing.

En het kost ook wat. Slofstra: „Die techniek gaat zó snel. Wat je vandaag koopt is morgen verouderd. Op gegeven moment stabiliseert die markt wel een beetje en wordt het goedkoper.” En dan kan de brandweer zoiets zelf aanschaffen, maar ze kunnen het ook bij een bedrijf inkopen. „Ik kan me voorstellen dat je een drone gebruikt om natuurbranden mee te detecteren, terwijl diezelfde drone op een ander moment wordt ingezet om de Tour de France te volgen, ik zeg maar wat. Zoiets kan commercieel interessanter zijn.”

Gelukkig is Nederland dichtbevolkt en zijn de meeste gebieden goed bereikbaar. Als er ergens een verdachte rookpluim opstijgt, is de kans erg klein dat die ongemerkt uitgroeit tot een vlammenzee van honderden hectaren. De brandweer vliegt op risicodagen zelf rond met kleine vliegtuigen, en kan met ‘handcrews’ te voet flexibel en snel ingrijpen door gericht te blussen of zelf handmatig vegetatie weg te branden. Dat maakt de behoefte aan bijvoorbeeld autonoom surveillerende drones kleiner, net als sensoren die vanuit dichte bossen rook kunnen detecteren.

Belangrijker nog, zegt Cathelijne Stoof, vuurgeograaf aan de Universiteit van Wageningen: branden maak je niet uit door er meer technologie tegenaan te gooien. „Ik zat begin juli nog in een brandweerauto in Spanje, waar twee watervliegtuigen samen met crews op de grond bezig waren in een ravijn. Ondertussen waren boeren het graan dat nog niet was geoogst snel binnen aan het halen, én werden velden waar het al wel was geoogst nog eens omgeploegd om te voorkomen dat de stoppels door vliegvuur vlam konden vatten.” Dan, retorisch: „Maar ik kan me voorstellen dat dit niet het soort technologie is waar je naar op zoek bent?”

Nog voordat de eerste vonk kan overslaan is het veel belangrijker om bewustzijn te creëren, het landschap veiliger in te richten en voorlichting te organiseren. „Neem brandbestrijding vanuit de lucht, wat wij luchtsteun noemen. Dat heet steun omdat alleen blussen vanuit de lucht onvoldoende is om een brand te stoppen. Het is steun. Dat zag je tijdens de brand op de Deurnsche Peel [de grootste natuurbrand in Nederland in 2020], waar vier helikopters tegelijk werden ingezet, maar op die plek was er geen enkele crew op de grond die de vlammen op de grond konden uitmaken. Het ziet er prachtig uit en dat maakt het voor een politicus makkelijk om er nog eens een paar miljoen aan uit te geven. Maar dan is technologie een schijnoplossing.”

Lees ook

In de Deurnsche Peel was het vuur weg, maar de brand bleef

Ellis Schreuder en Dirk Neuteboom zijn door Staatsbosbeheer ingehuurd om in de Deurnsche Peel de ondergrondse veenbranden te bestrijden.

We moeten de focus verleggen van bestrijding naar preventie

Enkele uren voor we elkaar spreken komt het nieuws dat bij een natuurbrand in Spanje dertien mensen zijn omgekomen. Toeristen, onder wie Britten en Belgen, die niet de geadviseerde evacuatieroute volgden en in een droge rivierbedding werden ingesloten door het vuur. Vier van hen werden in hun auto levend verbrand. Geen schijn van kans. Stoof is er naar van. „Elke keer als er zoiets gebeurt en mensen vragen mij ernaar is mijn verhaal hetzelfde. We moeten de focus verleggen van bestrijding naar preventie.” Er moet meer gedaan worden aan landschapsonderhoud, zegt ze. Het platteland is, zeker in Zuid-Europa, verlaten en overgroeid, de heides raakten bebost. Dat is voor een natuurbrand allemaal brandstof waar niet naar wordt omgekeken. Daar moeten overheden wat mee: welke vegetatie mag waar groeien, welk soort gebouwen mogen er in de natuur staan, welke infrastructuur moet er zijn om ervoor te zorgen dat de hulpdiensten ter plaatse kunnen komen, met bluswater in de buurt?

Stoof is zeker niet tegen innovatie of technologie. Ze heeft best een wensenlijstje, bijvoorbeeld als het gaat om een beter beeld van hoeveel branden we in Nederland nu eigenlijk hebben, hoe groot die zijn, waar ze beginnen en eindigen. „In Nederland zijn natuurbranden klein. Die kun je niet op satellietbeelden zien, en dat is de reden dat veel mensen denken dat natuurbranden hier in het noordwesten van Europa iets van de toekomst zijn.” Langjarige statistieken over natuurbranden worden bijgehouden bij het European Forest Fire Information System (EFFIS), met data van EU-aardobservatieprogramma Copernicus. Daar staan branden groter dan 30 hectare, en volgens die statistieken had Nederland in 2025 vier branden, en dit jaar twee. „In werkelijkheid hadden we in 2025 846 natuurbranden en alleen al in mei dit jaar 111 branden in vijf dagen. En het bestrijden was zo’n uitdaging, dat we Europese hulp moesten aanvragen. Daar hoop ik op vooruitgang: veel meer kennis over de branden hier.”

De branden zijn hier dus al, en ze blijven. De discussie moet gaan over wat een acceptabel risico is, zegt Stoof: „Hoe wil je je vuur? Als er een brand ontstaat, wil je dat die brandt op de manier waarop wij willen dat die brandt: beheersbaar en veilig voor de hulpdiensten om die te proberen te stoppen, waar ze willen en hoe ze het kunnen.”

Deel 3

Met alleen een drone blus je de brand niet

Een natuurbrand maak je uit met water. Maar kan het ook met drones, slimme sensoren en AI? Het helpt, maar technologie is niet genoeg.

deel 2

De vuursalamander wordt bedreigd door schimmel en klimaatverandering

In het wild kunnen vuursalamanders zo’n twintig jaar oud worden. In Nederland alleen nog met hulp.

Lees meer

deel 1

De menselijke cultuur is aangewakkerd door het vuur

Waar zou de mens zijn zonder vuur? Zo’n 400.000 jaar geleden ging het los, om nooit meer weg te gaan.

Lees meer

Lees het hele artikel