Ruim tien jaar geleden werd melkveehouder Arie een ‘natuurboer’. Nu wordt naar zijn werkwijze gekeken als oplossing in de stikstofcrisis

1 dag geleden 3

Zodra Arie van Oosterom (55) langs de waterkant loopt, stijgt een zwarte stern op. Luid roepend cirkelt de vogel over. „We hebben vlotjes aangelegd waar hun nesten op drijven. Die stern beschermt de jonkies”, vertelt Van Oosterom. Er zijn nog maar zo’n 1.450 broedparen van de bedreigde vogelsoort in Nederland. Twee kolonies leven hier, op zijn grond. „Prachtige vogels”, zegt hij.

Als Van Oosterom naar links kijkt ziet hij zijn koeien, een stukje terug de potstal, waar de mest wordt bedekt met verse stro, en de boerderij waar zijn overgrootvader ooit begon met melkkoeien, varkens en een kaasmakerij. Het terras in de tuin ligt aan een kronkelweggetje, direct daarachter begint het beschermde natuurgebied rond de Nieuwkoopse Plassen. Vroeger waren er bijna alleen maar boeren aan deze dijk, nu is Van Oosterom de laatste. Het had niet veel gescheeld of ook hij had zijn spullen moeten pakken toen het provinciebestuur ruimte voor de natuur wilde creëren. Zo ver kwam het niet, omdat hij ruim tien jaar geleden een besluit nam: van ‘normale’ melkveehouder werd Arie van Oosterom ‘natuurboer’.

Veel boeren maken zich zorgen over hun toekomst, sinds het kabinet eind juni met een nieuw plan kwam om uit de stikstofcrisis te komen. Nederland is na een uitspraak van de Raad van State uit 2019 verplicht om eerst verzwakte natuur te herstellen voor er weer nieuwe stikstof kan worden uitgestoten. Boeren en bedrijven moeten daarom onder andere hun uitstoot verminderen en in veel gevallen minder dieren per hectare houden. Rond ongeveer honderd beschermde Natura 2000-gebieden wil het kabinet nog strengere regels (uitstootreducties tot 66 procent), waardoor het voor boeren daar ingewikkeld wordt om hun bedrijf voort te zetten.

Lees ook

Stikstofpakket van het kabinet gepresenteerd: het platteland wacht een grote verbouwing

Minister Jaimi van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, D66) staat de pers te woord.

Een boerderij zoals die van Arie van Oosterom kan een voorbeeld zijn om het toch te redden. Dat ziet het kabinet ook. Voor ‘natuurinclusief’ boeren wordt extra geld uitgetrokken – Staatsbosbeheer krijgt 5 miljoen euro om samenwerkingen met agrariërs uit te breiden (er zijn er nu 75), directeur Boudewijn Revis noemde dat „een positieve stap”. Bij deze manier van boeren gaat de complete bedrijfsvoering van een agrariër overhoop om de bodem en natuur te herstellen, onderhouden en beschermen. Een deel van het inkomen wordt vervolgens verdiend met natuurbeheer. Het bedrag van 5 miljoen is overigens maar een klein deel van de 2,2 miljard euro die er komt voor natuurherstel.

Zo’n 6 procent van alle landbouwgrond wordt op deze manier beheerd, ook grond van bijvoorbeeld Natuurmonumenten of boeren die dat via subsidieregelingen doen. Daarnaast pachten en onderhouden nog eens duizenden boeren grond van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

Weidevogelgebied

Arie van Oosterom geeft toe: de ambtenaar van de provincie die kwam vertellen dat hij uitgekocht zou worden, heeft hij zó het erf af gezet. Dat was een jaar of achttien geleden. Toen wilde de provincie Utrecht van het hele gebied rond Woerdense Verlaat en omstreken moeras maken. Alle boeren moesten weg. Van Oosterom was best bereid om mee te buigen, maar niet om te vertrekken. Hij is nog steeds dankbaar dat de provincie de omgeving uiteindelijk aanwees als ‘weidevogelgebied’. Daar kon hij wel wat mee.

Hij ging, tegen een vergoeding van de provincie, akkoord met het omzetten van zijn 40 hectare landbouwgrond naar natuurgrond en pachtte er, tegen gereduceerd tarief, 42 hectare extra van Staatsbosbeheer bij. Daardoor had hij veel minder dieren per hectare en kon hij bijna al zijn dieren houden: 75 melkkoeien en 50 stuks jongvee, die het gebied begrazen.

Op het land van Arie van Oosterom broeden zwarte sternen en is veel water, maar er zijn ook ‘gewone’ koeien

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Zoals de meeste melkveehouders is hij opgeleid met de gedachte: zoveel mogelijk liters uit elke koe halen. Dat idee heeft hij moeten loslaten. Hij maait zijn gras – het voer voor de koeien – pas na het broedseizoen van de weidevogels en sommige delen laat hij staan. Dat betekent een minder goede grasopbrengst, minder voer en minder melkproductie. Hij gebruikt geen kunstmest meer en minder krachtvoer. Van Oosterom haalt nu 70 procent van zijn inkomen uit melkproductie. Dat vult hij aan met geld dat hij ontvangt voor natuurbeheer.

Dotterbloemen en waterlelies

Op deze boerderij geen grote weiden met raaigras, een snelgroeiende grassoort die door natuurliefhebbers wel ‘groen asfalt’ wordt genoemd. Vroeger zag het er anders uit, zegt Van Oosterom, maar nu laat hij de natuur „zijn gang gaan”. Dus staan er dotterbloemen langs de slootranden, plukken hoog gras waarin dieren kunnen schuilen, paarse dovenetel, waterlelies. Overal vliegen vlinders en vogels. Toch is hij nog „gewoon boer”, zegt hij: „Ik begin de dag met melken, werk op de trekker, maai mijn velden. Mijn leven is niet wezenlijk veranderd.”

„Je moet er de persoon voor zijn”, zegt hij. Dus nee: dit is niet dé gouden formule voor boeren die bij kwetsbare natuurgebieden wonen. „Ik vind weidevogels mooi en ik kan genieten van het natuurbeheer. Maar ik heb hier boeren over de vloer gehad die het ook anders wilden doen. Vroeg ik wat ze het mooiste vonden aan het vak. ‘Een zo hoog mogelijke melkopbrengst’, zeiden ze. Die mensen heb ik een hand gegeven en gezegd: dit is niks voor jullie.”

Ook voor de natuurboer wordt het een onzekere tijd

De omstandigheden waren ook goed toen Van Oosterom omschakelde. Hij had de mogelijkheid om extra grond te pachten van Staatsbosbeheer. Dat kan niet overal. Grond bijkopen om minder dieren per hectare te krijgen, zoals het kabinet wil, is nu vaak onmogelijk vanwege de hoge grondprijzen. En met minder dieren vrezen veel boeren het financieel niet te redden. Van Oosterom: „Wat ik doe kan niet overal. Je moet geluk hebben dat de puzzelstukjes in elkaar vallen.”

Hij is een boer die veel doet zoals de overheid het wil, en toch maakt hij zich zorgen over de stikstofplannen. Hij voldoet weliswaar ruim aan de nieuwe normen over het maximum aantal koeien per hectare, maar hij kan mogelijk niet voldoen aan uitstootnormen voor stikstof en broeikasgassen. De komende jaren wordt per gebied bekeken hoe de plannen precies uitpakken. Van Oosterom: „Je zou denken dat boeren zoals wij de dans ontspringen, maar ook voor de natuurboer wordt het een onzekere tijd.”

Lees ook

Minder stikstof én meer beheer om de natuur te redden. ‘Waar is de Spaanse ruiter? De blauwe knoop? Het glipt ons hier door onze vingers’

Nationaal Park de Alde Feanen Earnewald Friesland Verhaal stikstof / Arjen Schreuder / Staatsbosbeheer. It Friese Gea   Koeien bij  Westersanning  / Alde Geau alles in 1 plaat / stikstof / koeien / boerenland / natuur  FOTO ERIC BRINKHORST
Lees het hele artikel