Op festival Roadburn geldt: de hardste zullen de zachtste zijn

2 uren geleden 2

Idee voor een fotoboek: omstreeks half april op de hoek van de Tilburgse Spoorlaan en Heuvelring bij de Italiaanse ijssalon Intermezzo het bloedlink ogende legioen headbangers documenteren dat tijdens het festival Roadburn staat te smullen van aardbei-, watermeloen- of smurfenijsjes.

Vier dagen pendelt een oneindige optocht van zwartgeklede metalheads, vleermuizen en misfits (m/v/x) op en neer tussen poppodium 013 en de concertzalen achter het spoor waar ze zich laten wegblazen door een louterende orkaan van striemende blackmetal (Portrayal of Guilt), overdonderende powerviolence (World Peace) of trippende space- en stonerrock (Slift, Boris). Struinend van band naar band lopen ze precies halverwege hun route, op de plek waar ze voor het stoplicht moeten wachten, in een fuik van mierzoet roomijs.

Het is een beeld dat het motto en de muzikale missie van een van ’s werelds luidste festivals – ‘Redefining Heaviness’ – perfect samenvat: de hardste zullen de zachtste zijn. Dat geldt de laatste jaren ook voor de line-up van Roadburn dat steeds meer hardheid is gaan zoeken in andere dimensies en disciplines: ook duistere troubadours, rappers en dj’s bleken ‘heavy’ te kunnen zijn.

Vrijplaats voor buitenbeentjes

Je zou ook kunnen zeggen: ‘heavy’ is alles wat niet normaal is, want normale mensen zijn er al genoeg. Behalve om hun oren te laten uitblazen komen de hondstrouwe (en vaak internationale) bezoekers namelijk óók om hun soortgenoten te ontmoeten en samen geduldig doch tevergeefs in een oneindige rij te staan voor de zoveelste secret show. Om die reden noemde artistiek directeur en zelfbenoemd ‘welzijnswerker’ Walter Hoeijmakers zijn festival vorig jaar in NRC „een support system en vrijplaats voor buitenbeentjes die het leven zwaar vinden en hier samen met gelijkgestemden volledig zichzelf kunnen zijn”.

„De eerste keer dat ik hier was, kwam ik mezelf voortdurend tegen”, vatte zanger-gitarist Dan Meyer die camaraderie samen tijdens zijn zieluitdrijvende show met de Amerikaanse extatische blackmetalband Agriculture. „Weer zo’n gast met een lange baard! Laten we die weirde gemeenschap van ons koesteren.”

Maar zoveel eensgezindheid wil allerminst zeggen dat alles peace, love and happiness is. Geheel volgens de tactiek der verschroeide aarde brandde het experimentele New Yorkse blackmetalviertal Krallice in drie verwoestende sessies (past, present, future) 013 plat tot de laatste toehoorder was geroosterd.

De even grimmige stadgenoten van Yellow Eyes blonken juist weer uit in ijzige gitaarrazernij waarbij het brute hakbeest Michael Rekevic met opengesperde mond liet zien hoe je een drumstel vermorzelt. Maar wie goed luisterde, hoorde in al het brute blackmetalgeweld ook een tjiftjaf.

Het imposant ogende neanderthalertrio Primitive Men sloopte liever alles in slow motion met hun tergend trage ‘sludge metal‘ die zowel de snelheid als vernietigingskracht heeft van een genadeloze gletsjer.

Bij de Amerikaanse metalband Inter Arma mocht het publiek meespelen.

Foto Niels Vinck

Maar waar dergelijke decibellen vallen onder het gebruikelijke Roadburn-lawaai, was er deze dertigste editie een onmiskenbare hoofdrol weggelegd voor échte blazers. Het Vlaamse Wiegedood jamde voor de gelegenheid met het dwarse saxofoonkwartet Bl!ndman. Het resultaat was bij vlagen geniaal – als de shoegaze-blackmetal en freejazz drones elkaar daadwerkelijk kruisbestoven – maar verzandde soms ook in onbegrijpelijke piepknars van het niveau: heel ingewikkeld kijken terwijl je een strijkstok langs een metalen plaat trekt.

Pure chaos

Voor de noisecore van Backengrillen verruilden drie leden van de legendarische Zweedse post-hardcoreband Refused de scheurgitaren voor een vlammende en soms rochelende altsaxofoon en een – echt waar – gierende dwarsfluit. Maar blazen deed het. Het anarchistische getrompetter door de gitarist Idris Mirza van de Britse punkband Bad Breeding bleek het startsein te zijn voor dertig minuten pure chaos waarbij binnen de kortste keren bierbekers, blikken, wc-rollen en lichamen door de lucht vlogen. Op den duur was het gissen wie bandlid was en wie bezoeker.

De New Yorkse pioniers van Unsane op het Tilburgse festival Roadburn.

Foto Niels Vinck

Bij de Amerikaanse metalband Inter Arma, die in een felverlichte skatehal hun meesterwerk Sky Burial (2013) integraal vertolkten, mochten fans zelfs meespelen. Bassist Joel Moore hing zijn instrument om de nek bij willekeurige moshers uit het publiek. Kon hij mooi even een biertje drinken en tevreden toekijken.

Artiesten die zelf vol bewondering staan te genieten: ook dat is typisch Roadburn. Nadat hij een uur lang in een boksoutfit hyperactief had rondgesprongen met de Britse noiserockband Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs zei zanger Matthew Baty zich vooral te verheugen op de rest van de avond. ,,Tijd om heel dronken te worden en naar onze helden Unsane te kijken.” Ook die New Yorkse pioniers zouden Tilburg, voor de zoveelste keer in vier dagen, in de as leggen.

Lees het hele artikel