Je cellen bevatten een verrassend wapen tegen virussen

2 dagen geleden 2

Cellen bewaren vet in piepkleine bolletjes. Lang dachten wetenschappers dat die vooral dienden als energiebron. Onderzoekers uit Australië laten nu zien dat ze ook een rol kunnen spelen in de strijd tegen virussen.

Zodra een virus binnendringt, verandert een vetdruppel in een soort commandopost van het afweersysteem, zo blijkt uit het onderzoek, dat gepubliceerd is in het vakblad Nature Communications. Twee vetzuren uit zulke druppels remden in het lab de groei van het zikavirus. Bij één van de twee halveerde de groei zelfs.

De onderzoekers begonnen bij muizen, waarbij ze een virus in de hersenen inspoten. Twee en vier dagen later zaten er aanzienlijk meer vetdruppels in het hersenweefsel. Op die druppels vonden ze meer dan vierduizend verschillende eiwitten. Slechts een klein deel daarvan veranderde echt van hoeveelheid; die uitschieters hoorden bijna allemaal bij de virusafweer.

Niet elke hersencel deed mee. Zenuwcellen en opruimcellen toonden weinig verandering. De toename kwam vooral van astrocyten, de stervormige cellen die zenuwcellen verzorgen. In de astrocyten verdubbelde het aantal vetdruppels ruimschoots. Dit zijn wel muizenhersenen en één virus. Of bijvoorbeeld longcellen hetzelfde doen, weten we niet.

Alarmbellen op een vetbolletje

Daarna gingen de onderzoekers verder met menselijke astrocyten in een kweekschaaltje. Die prikkelden ze met nagemaakt virusmateriaal of met het echte zikavirus.

Op de vetdruppels doken eiwitten op waarvan werd aangenomen dat ze gewoon los in de cel zweven. Het gaat om de moleculen die virussen herkennen, plus de boodschappers die daarna het alarm doorgeven. Met een microscoop telden de onderzoekers hoeveel druppels bezet waren; bij sommige eiwitten was dat ongeveer de helft van alle druppels, bij andere een kwart.

Zeker één van die eiwitten koos vooral de vetdruppels die de cel pas na de infectie had aangemaakt, niet de druppels die er toch al waren. Er is dus een onderscheid.

Een kanttekening: dit gebeurde in gekweekte cellen die eindeloos doordelen. Dat is normaal in dit vakgebied, maar zulke cellen zijn niet helemaal hetzelfde als de cellen in je lichaam.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Botsen tegen de energiecentrales

Om het alarm door te geven, moet zo’n viruszoeker contact maken met een eiwit dat op de mitochondriën, de energiecentrales van de cel, zit. Op filmpjes zagen de onderzoekers dat vetdruppels na een virusprikkel veel vaker tegen die energiecentrales aan schuiven. Ze maten gemiddeld zes korte botsingen per tien minuten. In gezonde cellen waren dat er minder dan twee.

De druppel lijkt dus te fungeren als een soort ontmoetingsplek waar het alarm wordt gevormd. Bewezen is dat wel nog niet. Het idee steunt voorlopig enkel op microscoopbeelden en een computermodel.

Ander vet, harder alarm

Ook de inhoud van de druppels veranderde. De onderzoekers maten bijna vijfhonderd soorten vet. Na de virusprikkel waren er meer lange onverzadigde vetzuren. De hoeveelheid cholesterolachtige vetten nam af. Tegelijkertijd kwamen er meer enzymen op de druppel te zitten die die lange vetten aanmaken.

Dat de twee met elkaar samenhangen, is duidelijk. Wat oorzaak is en wat gevolg, is dat niet: de onderzoekers vonden vooral verbanden, geen bewijs.

Daarom bouwden ze nepvetdruppels, die elk gevuld waren met één specifiek vetzuur. Die dienden ze toe aan geïnfecteerde cellen. Van de acht geteste vetzuren remden er twee het zikavirus: arachidonzuur en EPA. Diezelfde twee zetten de cel ook aan om meer alarmstoffen te maken.

Leestip: Hoe één groep zenuwcellen bepaalt welke taak een bij uitvoert

Drie vetzuren die tijdens de infectie juist afnamen in de druppels, hielpen het virus vooruit. De overige drie deden helemaal niets, waaronder het omega 3-vetzuur DHA.

Dat is meteen wat de meest voor de hand liggende conclusie tegenwerkt: dit gebeurde in een schaaltje, met één virus. Het zegt niets over visolie, supplementen of wat je zou moeten eten.

Wel is dit een mooi aanknopingspunt. Als je begrijpt hoe een cel haar eigen vetvoorraad inzet tegen indringers, kun je gaan zoeken naar medicijnen die dat mechanisme een handje helpen. En dat zou dan in principe werken tegen meerdere virussen tegelijk.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel