Boven de achterdeur van de schutting steken de toppen van een maïsveld uit. Bewoner van het dorp Westerhaar-Vriezenveensewijk Christianne Niks staat in haar achtertuin met een stoffer en blik in de aanslag. Ze wijst naar het maïsveld: „Daar komen ze vandaan en dan lopen ze deze kant op.”
„Kijk, daar is er weer een aan de wandel.” Niks bukt en veegt demonstratief een centimeterlange gele kever in haar blik. „Sinds gistermiddag zijn het er wel minder geworden. Of het ergste nu is geweest of dat het komt doordat het minder warm is, weet ik niet.” Verdwenen zijn de kevers in ieder geval niet. „Nog eentje, hier!”
Niks woont aan de rand van een maïsveld waar vorig jaar aardappelen werden geteeld, waarvan de bladeren het favoriete maaltje zijn van de coloradokever. Maïs staat niet op het menu, dus vertrekken de diertjes massaal uit het maïsveld, de wijk in. Op zoek naar een alternatief.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/27082943/280726BIN_2035437116_kever2.jpg)
Christianne Niks veegt de beestjes op en verdelgt ze in bleek.
foto Wouter de WildeDe bewoner vertelt dat het hoogtepunt van de kevertrektocht van vijf uur ’s middags tot een uur of negen in de avond is. „Om kwart voor negen veeg ik ze dan op”, zegt Niks. Ze kiept ze daarna in een emmer met een laagje bleekmiddel. De bodem is na negenen niet meer te zien.
„Er zijn er genoeg die zoveel last hebben dat ze niet meer buiten gaan zitten. Ikzelf doe mijn ramen niet open, anders gaan ze naar binnen”, aldus Niks. „Ook is er een hondje uit de buurt ziek geworden, doordat die kevers had gegeten. Die had diarree.”
Als directe buurman van Niks kampt Gerrit Dekker ook met de overlast. Hij wijst naar de grond van zijn deels betegelde achtertuin. „Na vijf uur, als de zon schijnt, zie je er hier zo vijftig à honderd lopen.” Dekkers bestrijdingsmethode is net even anders. „Kijk, hierzo, voetje erop”, demonstreert hij. „Daarna veeg ik ze op.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/27083031/280726BIN_2035437116_kever3.jpg)
Christianne Niks verdelgt de beestjes in bleek.
foto Wouter de WildeToch relativeert hij de situatie, Dekker vindt de kevers geen echte plaagdieren. „Ik heb meer last van vliegen, muggen of wespen. Deze beesten lopen gewoon. Of ze in huis komen? Ik heb er maar twee binnen gezien.”
Insectenexpert bij Naturalis Jan Wieringa vindt de coloradokever ook geen plaagdier, zegt hij aan de telefoon. „Zolang je geen planten uit de nachtschade [zoals de aardappel, tomaat en aubergine] in je tuin hebt, heb je geen last van de kever. Ze doen je geen kwaad. Het is maar net hoe erg mensen het zich aantrekken.” Zijn boodschap: laat deze insecten lekker lopen. „Eigenlijk zijn het best mooie kevers.”
Giftige exoot
Onderzoeker en insectenexpert aan de Universiteit van Wageningen Peter Karssemeijer doet onderzoek naar de coloradokever. Vanuit Kansas, de Verenigde Staten, waar hij de lokale variant in het wild vangt, vertelt hij: „Deze kevers komen in het voorjaar uit hun winterslaap in de grond. Ik denk dat er nog aardappelplanten verstopt zaten in het maïsveld [in Westerhaar-Vriezenveensewijk] die ze konden eten. Op de aardappelplantbladeren leggen ze eitjes en die groeien via larve en pop in ongeveer vier tot vijf weken uit tot kever. Die gaat vervolgens op zoek naar eten.”
De larven van het beestje eten de meeste blaadjes van de aardappelplant. Bij een plaag eten de insecten zoveel bladeren dat de aardappelen in de grond niet tot hun potentiële grootte groeien. Daardoor oogsten boeren minder dan ze soms hadden gehoopt. „Vrijwel alle akkerboeren kennen de kever. Ze houden er echt rekening mee. Vaak worden chemische middelen ingezet om het insect te bestrijden”, licht Karssemeijer toe.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/27082959/280726BIN_2035437116_kever4.jpg)
Het maïsveld achter de wijk.
foto Wouter de WildeIn Nederland werden boeren in de jaren zeventig geteisterd door een coloradokeverplaag, die hele aardappelvelden in Nederland leegvrat. Karssemeijer kent de verhalen uit die tijd van zijn moeder. „Mijn moeder komt uit Bennekom en herinnert zich dat kinderen uit haar dorp coloradokevers bij de boer gingen rapen en daar wat geld voor kregen.”
De diertjes vormen snel een plaag omdat ze exoot zijn, en giftig. Vogels of spinnen die ze willen eten kunnen daar last van krijgen. Daardoor kennen de beestjes amper natuurlijke vijanden. Ook gedijen ze goed bij warm weer, zoals bij de hittegolf deze zomer. „Deze ontwikkelingen geven de kever genoeg kans om een populatie op te bouwen”, aldus Karssemeijer.
Onderzoeken tonen dat de plaagdruk van het diertje mogelijkerwijs stijgt in Nederland doordat de zomers steeds warmer worden. Toch houdt het diertje akkerboeren momenteel niet meer bezig dan normaal, laat een woordvoerder van LTO weten. „Er zijn nog gewasbeschermingsmiddelen tegen het beestje”, zegt de woordvoerder. „Ook is er een machinale oplossing, die met lucht de kevers van de bladeren een emmer inblaast. Ik denk dat akkerboeren zich nu meer zorgen maken om de droogte dan de kever.” Maar dat de zorgen er nu niet zijn, betekent niet dat ze ook in de toekomst uitblijven, benadrukt LTO.
Aardappelbladeren als lokmiddel
De massatrek in het Twentse dorp duurt nu al zo’n vier weken. Tot ergernis van sommige bewoners, vertelt wethouder van gemeente Twenterand Marcus Elzinga. De gemeente, waarvan Westerhaar-Vriezenveensewijk deel uitmaakt, overweegt daarom om onconventionele middelen in te zetten om de plaag te bestrijden. Elzinga: „Wij kijken of we bladzuigers en veegwagens kunnen inzetten in de wijk. Daarvoor moeten we nog wel even naar wat details kijken. Zoals of de bak van de veegwagen, waarin de kevers worden geveegd, geen kiertjes heeft waar de insecten tussenvallen.”
De bladzuigers en veegwagens worden enkel in de openbare ruimte ingezet wanneer er meldingen komen van overlast op bijvoorbeeld de straat of speeltuinen. Deze meldingen heeft de gemeente niet ontvangen, bewoners hebben vooral last van de kever in de achtertuin. Dus worden deze middelen nu niet ingezet.
Wij konden van tevoren niet weten dat deze plaag zou komen
Ook heeft de gemeente de grondeigenaar van het maïsveld in contact gebracht met een ongediertebestrijder. Die mag geen gif gebruiken, dus wil de bestrijder een proef doen met een gifvrije methode, waarin aardappelbladeren als lokmiddel worden gebruikt om de insecten een emmer in te lokken.
De verspreiding en de populatiegroei van het diertje blijft een raadsel, ook voor boerenkoppel Johan en Mariëlle Dekker (geen familie van Gerrit), de eigenaren van het maïsveld. Hun aardappelen verbouwden ze eerst daar, maar om de grond vruchtbaar te houden, verbouwt een andere boer nu maïs op het veld. „Wij voelen ons niet schuldig, want wij konden niet van tevoren weten dat deze plaag zou komen”, aldus Mariëlle.
Een paar straten verderop van Niks en Gerrit Dekker verkopen de twee in een klein supermarktje op hun erf de eigen verbouwde groenten. Waaronder aardappelen, waarvan een deel in het dorp wordt verbouwd. „Ik heb geen last van de plaag”, zegt Johan nuchter. „Ik heb geen idee waarom niet.”
Lees ook
Ook in het museum blijft het verval doorgaan – kevers en motten verorberen de collectie


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/29132342/290726SPO_2035562173_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/29152823/290726BIN_2035550006_nabil.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/27195043/270726VER_2035522298_Bonnafont.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/24104234/280726OPI_2035457971_burnham.jpg)

English (US) ·