Het vierde nummer van het nieuwe album Psalm Funk van de Amsterdamse producer en multi-instrumentalist Bnnyhunna, de artiestennaam van Benjamin Ankomah en band, is een gebed: ‘He Is’. Op een eenzame pianotoon, later opgevuld met harmonieuze akkoorden en een vioolpartij, klinkt de stem van Ankomah: „Strength that holds its ground / hands built for work / a heart trained in discipline and mercy / made in the image of God / he is a man who stands with destiny.”
Na dit plechtige intermezzo dient het hoogtepunt van dit korte album zich aan: ‘Waiting for You’, met de Canadese zanger Reggie Dartey. Een klein beetje highlife, een klein beetje jazz, een klein beetje reggae, een groot beetje Fela Kuti en D’Angelo. Ik kan het toch niet kleiner maken dan het is: zo muzikaal, zo emotioneel, zo gevoelig, zo fijnmazig, zo ritmisch en funky. Die baslijn, mijn God, samen met die sax? Het is een van de beste Nederlandse nummers van de afgelopen jaren. Een klein gospelintermezzo, ‘You Are’, en dan door naar ‘Rest Here’ met saxofonist Marco Bernardis. Het doet denken aan de betere Londense of Berlijnse nu-jazz en neo-soul: Jasmine Myra, Venna, Cleo Sol, Alfa Mist, Kamaal Williams, dat soort. Een geweldenaar, deze Bnnyhunna.
De highlife affiniteit heeft hij van zijn vader, de gospel en soul komt uit de kerk. Nog steeds gaat Ankomah iedere zondag naar de kerk. Daar, in de kerk in Amsterdam Zuidoost, leerde hij muziek kennen, zoals zovelen die hem voorgingen, en werd hij multi-instrumentalist: piano, gitaar, drums. Al op zijn debuutalbum Echoes of Prayer, waarmee hij een Edison won, vermengde hij op verfijnde, elegante wijze jazz, soul, gospel, highlife, hiphop en r&b. En ook daarop is God zijn grootste inspiratiebron, naar eigen zeggen. De muziek uit die omgeving heeft zijn denken, zijn handelen en zijn klankwereld diepgaand gevormd. Dat zwaar religieuze fundament doet overigens niets af aan de waarde van zijn muziek voor atheïsten en niet-christenen.
Het voorlaatste nummer, ‘Walk With Me’, met Sheila Maurice-Grey, een van de drijvende krachten achter de Londense highlifeband Kokoroko, is een funky track met een uptempo hiphopbeat, die heerlijk past vóór de four-to-the-floor-electrotrack ‘The Rock’ met 3DDY, een techno-artiest uit Brooklyn. Ook ‘The Heart Part 2’ is een samenwerking met deze door de Berlijnse technoscene geïnspireerde Amerikaanse producer. Een onverwachte, maar goed werkende harmonie, die de highlife van Bnnyhunna wat elektronischer maakt, of zoiets. Het is moeilijk er precies de vinger op te leggen, maar in dat vreemde zit de kunst. En wat te denken van de samenwerking met saxofonist Braxton Cook? Deze Amerikaanse grootheid werkte al met Mac Miller en Rihanna en gooit er nu, op ‘Sorry Not Sorry’, een heerlijke altsolo uit die het album van Bnnyhunna een niveau optilt. Dat is niet onwelkom, want het album duurt maar 23 minuten en luistert als één lange, doorlopende track die veel kanten op schiet.
Allemaal heerlijke kanten, maar als luisteraar had je graag net wat langer geluisterd, net wat meer vlees op de trommelvliezen.
Jonasz Dekkers
Humor, plezier en knaldrang
Het enige dat Ca7riel & Paco Amoroso nog kan redden van hun burn-out is een uitgebreide behandeling in het kuuroord van Sting. Daar ondergaat het Argentijnse duo een neurobiologische reset. Dat wil zeggen: het verwijderen van alle piercings en tatoeages, voor een onverstoord zelfbeeld. Hypnosetherapie met acteur en rockster Jack Black en een ijsbad met zanger Anderson .Paak. Maar ook: als een levende kwast je bebloede gezicht over een wit doek wrijven na een ‘full facial microneedling epidermal renewal session’.
Dat is, in een notendop, het hallucinante plot van de korte film ter promotie van het album Free Spirits, waarop alle bovengenoemde artiesten te horen zijn. Eindresultaat van de fictieve wedergeboorte is te bewonderen op de albumhoes. De samenwerkingen op het tweede album van het duo bevestigen de nieuwe sterrenstatus van deze jeugdvrienden uit Buenos Aires, al waren er het afgelopen jaar meer signalen. Hun Tiny Desk-concert op het populaire YouTube-account van NPR Music werd ruim 50 miljoen keer bekeken.
Free Spirits schiet, geheel in lijn met de vrije geesten van de makers, alle kanten op, zowel muzikaal als thematisch. Op ‘Goo Goo Ga Ga’ brabbelt Jack Black als een baby op de achtergrond van een liftmuziek-achtige bossa, terwijl Paco Amoroso zijn existentiële angst bezingt. Wat blijft er van hem over als de mensen hem vergeten? Die onzekerheid is geen lang leven beschoren. In het volgende nummer ‘No Me Sirve Más’ – een van de muzikale hoogtepunten op de plaat – pocht Ca7riel dat hij slecht nieuws heeft gekregen van de bank. Er passen geen nullen meer bij op zijn bankrekening. De springerige hyperpop wordt in de brug na een harde knip onderbroken voor een Cubaans intermezzo. Alsof er plotseling een Havaanse oldtimer met open dak de dansvloer op komt gereden.
Dan is er nog die zalvende samenwerking met Sting: ‘Hasta Jesús Tuvo un Mal Día’ (Ook Jesus had weleens een slechte dag), radiovriendelijk als Maroon 5. Of de duistere spirituele climax ‘Lo Quiero Ya!’, met Fred again.., die niet zou misklinken in een technobunker. En zo flipperen Ca7riel & Paco Amoroso heen en weer tussen licht en zwaar, twijfel en hoogmoed, tussen overdaad en leegte.
Aan ideeën geen gebrek. Free Spirits is een album waar de humor, het plezier en de knaldrang vanaf spatten. De renaissance van de Latijns-Amerikaanse popmuziek is de afgelopen jaren in volle gang. Daar zijn Ca7riel & Paco Amoroso een uitstekend voorbeeld van.
Melle Meijer
Ploegendienst houdt de vaart erin. Zowel in het tempo van de meeste nummers, als in de verschijning van hun albums. Geen Titel is het derde album in drie jaar. Dit is hun meest afwisselende plaat, er wordt niet meer uitsluitend gejakkerd en getierd. Sommige nummers zijn iets langzamer, en er zijn enkele postpunk-parels inclusief galmend gitaarloopje, zoals ‘Architect van het Bordeel’ en ‘Berg’.
Een van de hoogtepunten is ‘Liefde is Alcohol’ (‘geef maar een fles’). De simpele maar rake formulering is typisch voor voorman Ray Fuego – die inmiddels ook een dichtbundel publiceerde – en de melodie is toepasselijk sentimenteel.
Hester Carvalho
Stravinsky is natuurlijk de grootste en beste componist van de vorige eeuw (geen ironie), maar zijn ‘moeilijke’ late werk blijft betrekkelijk onbekend. ‘Moeilijk’, omdat Stravinsky in deze periode de strenge twaalftoonstechniek van zijn rivaal Schönberg omarmde, of beter gezegd, naar zijn hand zette. Want Stravinsky blijft Stravinsky. En wie deze cd opzet, gaat op een afwisselende, uitmuntend gecureerde reis door overwegend vocale muziek van uitgepuurde schoonheid.
Zwaartepunten zijn het meesterwerk Threni voor solisten, koor en orkest, de duister-glanzende Requiem Canticles en het ontroerende lied In Memoriam Dylan Thomas. Tussendoor klinkt een keur aan korte stukken, zoals een a-capellazetting van het Onze Vader, elegieën voor onder meer T.S. Eliot en president Kennedy en Stravinsky’s laatste voltooide opus, een arrangement van twee Hugo Wolf-liederen. Daniel Reuss inspireert Cappella Amsterdam, het Noord Nederlands Orkest en de solistencast tot voorbeeldige en bezielde uitvoeringen, kraakhelder, warm van klank, kleurrijk en wars van sentimentaliteit.
Joep Stapel


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17121232/170426ECO_2033054475_IMF2.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/64ea993-Vries%2520Marijn%2520de%25202023%252001%25201280.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/10161333/170426WEE_2032767865_1.jpg)







English (US) ·