Laat me met rust, en even gewoon bestaan

2 uren geleden 1

Toen ik in 2015 mijn eerste kind kreeg, beperkte toegankelijke literatuur over het moederschap zich tot klagerijen: consultatiebureauverhalen, cappuccino die sinds de komst van het kind altijd koud gedronken werd, ongeïnteresseerde mannen, het snakken naar verzorgde nagels.

Uit alles wat ik las sprak een diepe gelatenheid, veroorzaakt door een verlies aan decorum en seksisme. Moeders hadden ‘een ontplofte egel’ tussen hun benen, mannen snurkten door nachtvoedingen heen en vroegen aan de verloskundige om ‘een steekje extra’ bij het repareren van een uitgescheurde vagina. De oplossing voor dit intieme leed ging niet verder dan grappen over verdoving: memes van vrouwen die tegelijk een wijnfles en een reikende baby vasthielden, met daaronder de tekst ‘Dit flesje is voor mama, schat!’

Daar kwam verandering in door de vrouwen die de afgelopen tien jaar besloten het (jonge) moederschap te onderzoeken en in woorden te vatten. Een club schrijvers en makers eiste een herziening van onze beelden rondom dragen, baren, zorgen. Er werden woorden gevonden voor de overweldigende ervaring: de pijn, de liefde, de angst, de woede, de transformatie. Moederschap eiste binnen de kunsten een plek op het hoofdpodium op. De vruchten werden breed geplukt. We hádden het erover, in de samenleving, in populaire tijdschriften, in praatprogramma’s, in de wachtkamer van de huisarts. De trompetten schalden. Meer moeders lieten zich steeds minder met stille tranen in stille kamers duwen.

Maar er is, zoals altijd, een weerslag. En zo moeten millennials met iets grotere kinderen nu knarsetandend toekijken hoe het gesprek rond moederschap verengt. De laatste tijd lees ik steeds vaker dat kersverse moeders vinden dat ze onterecht bang zijn gemaakt. Dat ze dachten in een hel van onthechting en zelfverlies terecht te komen, maar dat het allemaal ontzettend mee bleek te vallen. Het is juist leuk en gaat allemaal vanzelf, zeker dat moedergevoel, en de baby kan ook mee naar de disco.

Het is juist leuk en gaat allemaal vanzelf, zeker dat moedergevoel, en de baby kan ook mee naar de disco

Ik begrijp de behoefte de zwaarte te verwerpen. Er is niets fijner dan jezelf meer capabel, of een grotere geluksvogel te voelen dan een ander. Maar voor degenen die de ondankbare taak op zich hebben genomen om de wereld te vertellen dat het moederschap soms een schokkerige afdaling in een onverlichte mijnschacht kan zijn, is deze relaxedheid ook een tets op de neus. De ene dag ben je iemand die dapper ruimte schept, de volgende dag een zeurkous die het verpest voor de blozende alleskunners.

Ondertussen maakt ter rechterzijde de (witte) vrouw die unverfroren kiest voor de heilige moedertaak, voor de stille kamer en de dankbaarheid, oh die dankbaarheid, een wereldwijde opmars. Dus, zo vraag ik me af: wie helpen we eigenlijk precies vooruit door het moederschap als a walk in the park te presenteren?

Maar goed, de laatste tijd schijn ik me bezig te moeten houden met de perimenopauze. Dat is de volgende horde in een vrouwenleven: voorheen beschouwd als een aantal jaar saggerijn en zweten, maar inmiddels tot een odyssee verworden die achter in de dertig aanvangt en tot diep in de vijftig voortduurt.

Dus daar gaan we weer. Piketdienst. Op de bok, stukken schrijven over het onrecht en de onwetendheid. Of juist over hoe mákkelijk de transitie is. Het cadeau van de overgang.

Wat ik inmiddels vooral denk: laat me allemaal met rust, in ieder geval nog vijf jaar. Geen politieke polonaise aan mijn lijf, geen kwaaltjes angstvallig monitoren, geen verplichting mezelf te verhouden tot wat dan ook. Even gewoon bestaan.

Want dat gewoon bestaan, neutraal of gelukkig, in een lijf dat geen verantwoording hoeft af te leggen, lijken we vrouwen nog steeds niet te gunnen.

Lees het hele artikel