‘Kijk eens hoe het danst”, zegt boswachter Bennie Henstra, heen en weer wiegend over veenmos als op een luchtkussen. „Ik denk dat dit pakket wel twee meter dik is.”
Dit is de Rottige Meenthe, een elfhonderd hectare groot laagveengebied in Zuid-West-Friesland, het leefgebied van de grote vuurvlinder, misschien wel de mooiste vlinder van Nederland. Het betreft om precies te zijn de Lycaena dispar batava, een ondersoort die uitsluitend in Nederland voorkomt. ”Vanwege deze specifieke ondersoort is het relatief belang gewaardeerd als zeer groot”, staat te lezen in een van de documenten van de Europese Habitatrichtlijn.
Als je hem met z’n lichtblauwe onderkant en z’n rood-oranje bovenkant ziet vliegen in een groen landschap, is dat iets wat je nooit meer vergeet
Het is „zeker” de mooiste vlinder van Nederland, vindt Henk de Vries van de Vlinderstichting. „De grote vuurvlinder is niet zo indrukwekkend groot als de Koninginnepage, maar als je hem met z’n lichtblauwe onderkant en z’n rood-oranje bovenkant ziet vliegen in een groen landschap, is dat iets wat je nooit meer vergeet.” Helaas staat uitgerekend deze vlindersoort op uitsterven, althans in de Rottige Meenthe. Er zijn er nog ongeveer honderd. Terwijl je er jaarlijks minimaal duizend moet tellen om te spreken van een levensvatbare populatie.
In de verwante laagveenmoerassen van de Weerribben, luttele kilometers verderop in Overijssel, vliegen grote vuurvlinders nog wel in iets grotere aantallen uit. Dus is het niet alleen zaak om de Friese vlinderfamilie te vergroten, maar ook om deze in contact te brengen met de grotere families in Overijssel. Er is behoefte aan ‘vlinder-Tinder’, anders dreigt genetische eenvormigheid, inteelt zo u wilt.
Nectar en eitjes
Wat de grote vuurvlinder nodig heeft, zijn bloemen waarvan hij nectar kan drinken, zoals kattenstaart, maar essentieel is vooral een plant om eitjes op af te zetten, een plant waar de jonge rupsen bovendien van kunnen eten. Een zogenoemde waardplant. Dat is waterzuring.
Helaas is die, een grote, vrij algemeen voorkomende plant in Nederland, de afgelopen decennia uit de veenmosmoerassen in de Rottige Meenthe „weggepest” om zich daar alleen met moeite nog langs waterranden te kunnen handhaven. Dat komt, legt de boswachter uit, doordat open water steeds minder vanzelfsprekend geleidelijk dichtgroeit en verandert in land, dat heet verlanding. Dit komt door de verslechterde waterkwaliteit, onder meer door meststoffen. Daarnaast hebben de bestaande veenmosrietlanden te lijden onder verdroging. Henstra: „Er komen geen jonge verlandingen bij, juist de plaatsen waar waterzuring goed gedijt. En als er geen jonge generaties bij komen, sterft het uiteindelijk uit. Als je niet oppast, houd je niets anders over dan open water en bos.”
Maatregelen derhalve. Al enkele decennia laat Staatsbosbeheer gaten graven, en tegenwoordig ook sloten, waar de gewenste verlanding kan plaatsvinden, waar planten zoals krabbescheer en pluimzegge en waterscheerling kunnen groeien. Ook is een deel van de Rottige Meenthe verrijkt met neergezette stokken op plaatsen waar waterzuring met eitjes zijn aangetroffen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/08162304/090426BIN_2032835980_vuurvlinder2.jpg)
Boswachter Bennie Henstra reikt met hand naar waterzuring, essentieel voor de grote vuurvlinder.
Foto Arjen SchreuderHet zoeken van de eitjes is monnikenwerk. „We hebben zowat honderdvijftig kilometer slootlengte en dat moet allemaal bekeken worden.” De maatregelen maken deel uit van een „noodplan” dat in opdracht van de provincie Friesland wordt uitgewerkt. Dat moet de komende vijf jaar de grote vuurvlinder vooruit helpen.
Nog geen rupsen
Het is vroeg voorjaar en de boswachter vindt slechts af en toe een pril blaadje waterzuring. Rupsen zijn al helemaal niet te vinden. „Die zitten hier waarschijnlijk nog in overwinteringsrust in de strooisellaag, om zich straks helemaal dik te vreten aan het blad van de waterzuring.” In de lucht valt vandaag meer te beleven; een kiekendief cirkelt boven het laagveen, en twee volwassen zeearenden vliegen naar hun nest.
Behalve stokken plaatsen ter bescherming van de waterzuring, laat Staatsbosbeheer ’s zomers water binnenstromen, om te voorkomen dat de kleine slootjes en kanaaltjes uitdrogen. Binnen de Rottige Meenthe worden bovendien nieuwe biotoopjes aangelegd, met het voor de grote vuurvlinder aantrekkelijke kattenstaart, bijvoorbeeld. „Zelf ingezaaid en opgekweekt.” Er zijn stukken bos weggekapt. „Zodat de enkele vlinders elkaar hier beter kunnen vinden.”
Er moeten meer laagveengebieden met elkaar worden verbonden
En dan zal er binnenkort bovendien die ‘ecologische verbindingszone’ worden aangelegd met de laagveennatuur in Overijssel. „We willen dat onze vlinders amoureuze bedoelingen krijgen met de vlinders aan de overkant. Dat is allemaal onderdeel van het noodplan. Er moeten meer laagveengebieden met elkaar worden verbonden.”

De grote vuurvlinder.
Foto Wil Leurs
Laagveenmoeras in Rottige Meenthe.
Foto Getty ImagesDe bescherming van de grote vuurvlinder is topprioriteit, stelt Henk de Vries van de Vlinderstichting, aangezien het wel en wee van deze soort óók iets zegt over de staat van het milieu in een natuurgebied. „Zonder een goede kwaliteit van het milieu kan de soort niet overleven.” Dat beaamt projectleider Jildau Wiersma van de provincie Fryslân. „We hebben de plicht en de verantwoordelijkheid om deze soort te beschermen.”
De vraagt dringt zich dan wel op of de maatregelen uiteindelijk effectief zullen zijn, als tegelijkertijd de kwaliteit van het water wordt aangetast door mest en fosfaten, en ook de stikstof uit de omliggende gebieden hier maar blijft neerdalen. Wiersma: „Je kunt je inderdaad afvragen of hier niet eerder sprake is van een natuurcrisis dan van een stikstofcrisis. Provincies en het Rijk zijn bezig met stikstofmaatregelen. Maar dat heeft tijd nodig. En daar kunnen we niet op wachten.”
Vlinderexpert De Vries: „Inderdaad verhindert stikstof dat het gebied snel verbetert. Maar het is hier ook weer niet dweilen met de kraan wijd open. Deze maatregelen hebben zeker effect.”
Lees ook
Landelijke vlindertelling wijst uit: sinds 1990 niet zo weinig vlinders geteld als dit jaar


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15122701/150426VER_2033009389_rashed.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15191641/150426VER_2033046965_VanEssenEmissie.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15200302/150426VER_2033052923_Schietpartij2.jpg)







English (US) ·