Een zeventiger lag een paar dagen in het Franciscusziekenhuis in Schiedam. Hij stond niet vast op z’n benen en leek warrig, al drukte hij zich soms heel helder uit. Toen het einde van zijn verblijf naderde, nam Eveline van Bavel plaats naast zijn bed. Zij regelt de meest passende vervolgstap na ontslag uit het ziekenhuis. Transferverpleegkundige, in vaktaal. Kon meneer naar huis? Beter naar een revalidatiecentrum? Naar een verpleeghuis? „Wat vervelend dat u in het ziekenhuis ligt”, zei Van Bavel (37), „hoe gaat het met het u?”
Waarna de man honderduit vertelde over zijn leven, zijn gezondheid, zijn huis – ja, op al haar vragen gaf hij uitgebreid antwoord, normaal gesproken heel nuttig voor Van Bavel. Er was één probleem: zijn verhaal strookte niet met het verpleegkundig verslag. En toen Van Bavel voor meer informatie belde met een van zijn kinderen, begreep ze: de man had haar verteld over zijn leven van tien jaar geleden.
Wachtende patiënten kunnen virussen oplopen die rondwaren in het ziekenhuis en ze zijn eigenlijk toe aan andere zorg
Patiënten die hun verhaal niet meer accuraat kunnen overbrengen: ze maakt het elke week mee, zegt Van Bavel. Ruim acht jaar is ze transferverpleegkundige, waarvan drieënhalf jaar in het Franciscus. In haar eerste paar jaar bracht ze de situatie in een mum van tijd in kaart: praatje met de patiënt, tien minuutjes bellen met de contactpersoon en hop, ze kon de juiste vervolgzorg aanvragen.
„Nu kunnen sommige patiënten niet meer vertellen in wat voor huis ze wonen”, vertelt ze. Gevolg: ze moet langer bellen met de familie en ook andere bronnen raadplegen, zoals de huisarts of wijkverpleegkundige. Want ja, aangezien de patiënt in de war blijkt én nog thuis woont, moet Van Bavel méér weten om een inschatting te kunnen maken. „Ik wil weten hoe het gaat met eten en drinken, of in de koelkast weleens beschimmeld eten ligt, of iemand soms dwaalt en de weg kwijtraakt.”
Noodgedwongen langer in het ziekenhuis
Over deze meneer van in de zeventig vroeg ze zich af: was hij nou plots in de war geraakt als gevolg van een delier? Of ging hij al langer achteruit en was sprake van dementie? De geriater, ergotherapeut en een fysio van het ziekenhuis keken mee en ja: dit was toch echt een probleem dat al langer speelde en dat meneer jaren had weten te verbloemen.
Maar dementie was niet vastgesteld en zonder zo’n diagnose kan je iemand niet aanmelden bij een verpleeghuis. Dus meldde Van Bavel de man aan voor een tijdelijke revalidatieplek in een zorgcentrum, waar hij tevens zou worden gescreend op dementie. Meneer kon binnen twee dagen terecht.
Dat is vlug: vaak duurt het langer, het wachten op zo’n screeningplek. Sterker, zegt Van Bavel, er zijn dagen dat in de hele Rotterdamse regio, van Maassluis tot Nieuwerkerk aan den IJssel, maar één plek is te vergeven. Personeelstekort. Of domweg een mismatch tussen vraag en aanbod, toevallig nét een golfje van te diagnosticeren patiënten woonachtig in de zuidwesthoek van het land. En dan blijven patiënten noodgedwongen langer wachten in het ziekenhuis, slapend in een zeer gewild en kostbaar bed.
Het is een landelijk probleem. Het aantal patiënten in zo’n ziekenhuisbed, zonder medische noodzaak, wachtend op een vervolgplek, werd vorig jaar tweemaal geturfd door de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) op 38 geriatrieafdelingen. Januari 2025: van de ruim zeshonderd patiënten besliep 35 procent een bed wachtend op een vervolgplek. In juni, geen griepmaand dus doorgaans rustiger, bedroeg de score nog altijd 27 procent.
„Onnodig lang in het ziekenhuis liggen is voor niemand goed”, zegt NVKG-voorzitter Esther Cornegé, zelf klinisch geriater in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. „Patiënten kunnen virussen oplopen en ze zijn eigenlijk toe aan andere zorg. En de geriatrieafdelingen liggen zo vol dat nieuwe patiënten dan maar worden opgenomen op afdelingen minder gericht op zorg voor ouderen.”
Gevolg: de rol van transferverpleegkundigen wordt almaar belangrijker op de afdelingen geriatrie van Nederlandse ziekenhuizen. Vlottrekkers van vastlopende zorg – als het meezit, tenminste. „Ze verrichten wonderen”, zegt Cornegé. „Je snapt soms niet waar ze de plekken vandaan toveren.”
Lees ook
De wijkkliniek is dé oplossing voor ‘draaideurouderen’, zegt deze hoogleraar: ‘De vraag naar de acute ouderenzorg neemt alleen maar toe’

Transferverpleegkundige Eveline van Bavel.

Uren op de grond
Ja, de vergrijzing maakt haar werk intensiever, zegt Van Bavel. Meer ouderen betekent ook meer kwetsbare ouderen, die bovendien, in lijn met regeringsbeleid, langer zelfstandig thuis wonen. Bejaardentehuizen werden afgeschaft en in verpleeghuizen wonen louter de allerkwetsbaarsten. En vele hulpbehoevende, thuiswonende mensen verdwalen in het doolhof der zorgloketten, met wijkverpleging via de zorgverzekering, maar maaltijdondersteuning en huishoudelijke hulp weer via de gemeente. „Dat kunnen veel mensen gewoon niet goed, zeker als ze cognitieve problemen hebben en geen naasten die kunnen helpen.”
Waartoe dat leidt, ondervindt Van Bavel nu veel sterker dan in haar beginjaren als transferverpleegkundige, vertelt ze. Zeker, ook zeven jaar geleden moesten sterk verzwakte patiënten soms na het ziekenhuis naar het verpleeghuis. Maar dat ging, vertelt Van Bavel, vooral over ouderen die het thuis nog uitstekend redden tot ze plots een ziekte of aandoening kregen. Pats, een beroerte: helaas, terug naar huis gaat niet.
Ouderen die thuis beetje bij beetje achteruit zijn gegaan en op den duur zo kwetsbaar zijn geworden dat uiteindelijk iets relatief kleins de nekslag geeft
Nu meldt ze patiënten aan voor het verpleeghuis met een heel andere voorgeschiedenis. Ouderen die thuis beetje bij beetje achteruit zijn gegaan en op den duur zo kwetsbaar zijn geworden dat uiteindelijk iets relatief kleins de nekslag geeft. „Een blaasontsteking, een val.” Eenmaal in het ziekenhuis ontdekken Van Bavel en collega’s een veelheid aan problemen. Laatst nog, vertelt ze: een oudere man werd opgenomen na een val thuis. Hij bleek uren op de grond te hebben gelegen. Kwam nauwelijks nog buiten. „Hij kreeg nog wel diepvriesmaaltijden bezorgd, maar die warmde hij niet meer op.”
Om onderliggende problemen sneller te signaleren, werken ziekenhuizen sinds een paar jaar met ‘geriatrische spoedteams’ op de spoedeisende hulp, de zogenoemde Geriatric Emergency Medicine (GEM)-teams. Een zeventigplusser die haar arm breekt door een val, krijgt niet alleen gips maar wordt ook onderworpen aan een screening: is ze verward, vergeetachtig, is thuis meer hulp nodig? Want ja, waaróm is ze eigenlijk gevallen? Zo nodig volgt een geriatrisch onderzoek naar haar algehele situatie, van haar lichamelijke staat tot haar netwerk. De aanpak leidt onder meer tot minder onnodige ziekenhuisopnamen en een kortere ligduur.
Lees ook
Oud-minister Bussemaker over ‘mega-thema’ vergrijzing: ‘Het gaat net zo goed over wonen, werk, bieb en bushalte’
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/21130737/210426BIN_2033035043_transfer2.jpg)
Eveline van Bavel tijdens een overleg met de geriater en arts-assistent.
Foto Bart MaatZes dagen bellen
Inmiddels werken zo’n vijftig ziekenhuizen met een GEM-team, waaronder het Franciscus. Met opnieuw een belangrijke rol voor transferverpleegkundigen als Eveline van Bavel. Want zodra voor een patiënt op de spoedeisende hulp een ziekenhuisverblijf niet noodzakelijk blijkt, wordt Van Bavel ingeschakeld.
De meeste ouderen in het ziekenhuis kunnen nog altijd terug naar huis of naar een tijdelijke herstelplek, vertelt ze. Maar ze ziet „echt een groei” van het aantal patiënten dat na het ziekenhuis naar het verpleeghuis moet. „Minimaal twee per week.” En juist die aanvragen zijn tijdrovend, want voor verpleeghuiszorg is een ‘indicatie’ nodig van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dat een zorgvuldig dossier verlangt met alle patiëntinformatie op een rij, samengesteld en aangeleverd door de transferverpleegkundige. Het CIZ mag 48 uur doen over het behandelen van de aanvraag en soms moet iemand van het centrum de patiënt ter plaatse, in het ziekenhuis, beoordelen.
Vervolgens moet zo’n verpleeghuisplek er ook nog zíjn. Van Bavel belt de ene na de andere instelling: heeft u misschien plek? Al met al duurt dit geregel gemiddeld zes dagen, zegt ze. Werkdagen, welteverstaan. Onlangs lag een patiënt van midden tachtig zelfs twee weken te wachten, cru gezegd een bed ‘bezet houdend’ op de geriatrie.
Zeker, lacht Van Bavel, je moet van bellen houden, als transferverpleegkundige in een vergrijzend land. Mag ze nog benadrukken dat ze haar werk léúk vindt? „Ik haal voldoening uit het begeleiden van patiënten, de juiste plek voor ze vinden. Dat is niet altijd de plek die mensen willen, maar dat maakt de begeleiding niet minder mooi. Dus ik ga zéker niet overspannen naar huis.”
Lees ook
Als de zorg niet sneller verandert, dreigt er een zorginfarct, stelt een advies aan het kabinet


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/21133617/210426BIN_2033102449_toerisme1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/21124435/210426ECO_2033177540_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/21151414/210426BIN_2033179023_asielwet1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17162841/190426CUL_2033109261_schmidtprijsHP.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19203248/190426SPO_2032975537_1.jpg)




English (US) ·