De woorden ‘cloud’ en ‘containers’ horen bij elkaar. Dat wil zeggen, veel workloads in de cloud draaien in virtuele containers. Als het aan de initiatiefnemers van het Modular Integrated Sustainable Datacenter (MISD)-project ligt, draaien ze in de toekomst ook in fysieke containers. Hoe dat zit, lees je in dit artikel, dat we schreven op basis van een gesprek met Magiel Bruntink van TNO en Jan Bonke van Eurofiber, twee van de organisaties achter MISD.
Laten we voor we ingaan op wat MISD nu precies is, even duidelijk schetsen hoe en waar we dit initiatief moeten plaatsen. Eind 2023 gaf de Europese Commissie groen licht voor IPCEI-CIS, oftewel Important Project of Common European Interest – Cloud Infrastructure and Services. Hiermee wil de commissie een raamwerk bieden aan (vooralsnog) 12 lidstaten van de EU om de digitale en technologische soevereiniteit van Europa te versterken. Met andere woorden, het is een raamwerk om een cloudinfrastructuur en daarbij behorende diensten te ontwikkelen die tegenwicht gaat bieden aan de aanbieders van dergelijke diensten buiten Europa.
Een belangrijk initiatief dat gebruikmaakt van het raamwerk en ook de mogelijkheid tot investeringen van IPCEI-CIS is het 8ra-initiatief. Dit heeft als doel om een zogeheten Multi-Provider Cloud-Edge Continuum referentie-architectuur te bouwen in Europa. Vandaar ook de naam. De ‘8’ lijkt op het symbool voor oneindig en staat dus voor het continuum, ra staat voor reference architecture. Dat is althans hoe wij de naam interpreteren.
Op dit moment hebben zo’n 120 bedrijven en onderzoeksinstellingen zich verbonden aan het 8ra-initiatief. Dit kunnen kleinere, lokale spelers zijn, maar ook Europese spelers zoals Eurofiber of grote, wereldwijd opererende partijen zoals SAP, Siemens, Bosch en Airbus.
MISD-project
Gaan we dan nog een laagje dieper in de Europese innovatieboom, dan komen we bij het MISD-project. Dit Nederlandse project krijgt dus een investering vanuit de lagen erboven. “Het is in essentie een staatssteunprogramma, omdat er is vastgesteld dat er sprake is van marktfalen”, volgens Bruntink van TNO. Met andere woorden, via marktwerking is er geen goed Europees alternatief voor wat MISD wil bewerkstelligen gerealiseerd. De bedrijven die dit project zijn gestart zijn Asperitas, BetterBe, Deerns, Eurofiber, NBIP (Nationale Beheersorganisatie Internet Providers), TNO en de Universiteit Twente.
MISD staat voor Modular Integrated Sustainable Datacenter. Het datacenter van de toekomst moet uit allerlei modulaire onderdelen gaan bestaan. Deze modules worden wel allemaal geïntegreerd, maar vooral ook op een zo duurzaam mogelijk manier ingezet. Modulariteit en duurzaamheid worden op deze manier expliciet aan elkaar gekoppeld.
Naast duurzaamheid moet MISD ook de infrastructuur bieden voor een Europese cloud, geeft Bruntink aan. Daar hebben we het vorig jaar al eens uitgebreid over gehad in een artikel over ECOFED. Ook dat valt onder IPCEI-CIS en richt zich vooral op hoe workloads via een federatieve laag vrij door een Europese cloud kunnen bewegen. Je kunt MISD zijn als de infrastructuur waar dat op plaats moet gaan vinden.
Wat verstaat MISD onder modulair bouwen van datacenters?
Modulair bouwen is al jarenlang een gevleugelde term in datacenterland. Deels uit noodzaak, deels uit visie bouwen datacenteraanbieders hun datacenters al geruime tijd op incrementele wijze. Dat wil zeggen, ze bouwen per x aantal MW per keer. Dat zorgt ervoor dat het eenvoudiger is om bouwvergunningen te krijgen. Het maakt het daarnaast ook mogelijk om korter op de technologische ontwikkelingen te zitten.
De 8ra Annual Summit 2026 vond plaats op 19 en 20 maart in de Doelen in Rotterdam. Willemijn Aerdts, Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit kreeg uitleg van Martin Vos, Business Innovation Director van Eurofiber over de voortgang en het belang van het MISD-project.Bovenstaande manier van modulair bouwen is echter niet waar het bij MISD om gaat, horen we van Bonke van Eurofiber. “Wij bedoelen met modulair vooral ook gedistribueerd. We willen modules bouwen daar waar ook de energietransitie mogelijk is”, geeft hij aan. Er is niet overal ruimte op het stroomnet om datacenters te bouwen. De datacenters (oftewel de modules) moeten dus daarheen gaan waar het wel kan, bijvoorbeeld daar waar er alternatieve energiebronnen zijn. Daarbij gaat men ook zoveel mogelijk op zoek naar locaties waar men gebruik kan maken van bestaande infrastructuur. Op die plek komt een container te staan waar workloads naartoe gaan en draaien.
Het idee achter de modules is verder ook dat het hele concept van het datacenter zelf ermee flexibeler en ook duurzamer wordt, gaat Bonke verder. “Huidige datacenters worden gebouwd om 25-30 jaar mee te gaan. Die zijn lastig achteraf aan te passen en te vernieuwen. Met het modulaire concept is dat anders: containers worden gebouwd voor 5 à 6 jaar. Daarna komt er een nieuwe container en refurbishen we de oude”.
We hebben het in dit artikel overigens over fysieke containers als ‘dragers’ voor de modules. Dat hoeft echter niet per se altijd zo te zijn, geeft Bruntink aan. “Modulair betekent niet altijd een container, het kunnen ook gewoon modules zijn die in een bestaand gebouw gezet worden. Er zijn allerlei opties denkbaar.”
Alleen compute, niet de data
Als we het hebben over gedistribueerde systemen zoals die waar het MISD-project voor ogen heeft, is het uiteraard belangrijk dat we de beschikbaarheid en veiligheid van de data niet uit het oog verliezen. Het uitsmeren van datacenters over een groter gebied via modules/containers maakt het potentieel ook kwetsbaarder. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Bonke benadrukt dan ook dat binnen MISD de data niet zomaar overal staat. Alle bestaande regionale datacenters blijven ook bestaan. Daar blijft de data staan. Wat MISD voor ogen heeft is de rekenkracht uit de datacenters trekken en die elders neerzetten. Het is dus de rekenkracht die in de containers terecht moet komen. Als we opmerken dat dit toch wel een beetje tegen de heersende opvatting ingaat dat dat data en compute bij voorkeur dicht bij elkaar moeten staan, geeft Bonke toe dat ze moeten kijken wat wel kan en wat niet. Hier komt ook de rol van TNO duidelijk naar voren. Daar kijkt men wat er nodig is op het gebied van orkestratie om dit voor elkaar te krijgen.
Meer druk op de software
Het software-stuk, waar TNO zich met name mee bezighoudt, is sowieso een belangrijke component voor wat men met het MISD-project voor ogen heeft. Een gedistribueerd datacenter zorgt immers voor meer onderdelen die op elkaar afgestemd moeten zijn. En dus ook voor meer informatiebronnen voor software om telemetrie op te halen.
“Als TNO zitten we tussen de infrastructuur en de dienstverlening in”, duidt Bruntink de deelname van TNO aan het MISD-project. Het moet de software ontwikkelen die deze twee onderdelen op elkaar afstemt. Met het doel van MISD in het achterhoofd, gaat dat dan ook om weten waar de pieken en dalen in het stroomnet zitten, bijvoorbeeld. De software moet ook inzicht bieden in hoeveel stroomdiensten er verbruikt worden.
Anders nadenken over bestaand vraagstuk
Op papier klinkt het MISD-project best interessant wat ons betreft. Het benadert een probleem waarmee we als samenleving worstelen (Hoe zorgen we ervoor dat datacenters kunnen blijven voorzien in de behoeftes van de bevolking?) door er op een een andere manier over na te denken. Waar het loskoppelen van compute en data in het algemeen gezien wordt als iets onwenselijks, zoekt het MISD-project op in hoeverre dat eigenlijk wel terecht is. En hoeveel rek erin zit.
Als het mogelijk is om compute daar neer te zetten waar het kan en data regionaal en goed beveiligd te houden, dan biedt dat behoorlijk wat nieuwe mogelijkheden. Compute zorgt immers voor het hoogste energieverbruik en heeft dus baat bij een flexibele plaatsing ervan verspreid over Nederland (en later Europa).
Jan Bonke van Eurofiber (links) en Magiel Bruntink van TNO tijdens de 8ra Annual Summit 2026 We zien ook zeker voordelen in wat men met MISD wil bereiken. Een voordeel dat een dergelijk gedistribueerd datacenter biedt is dat er van nature redundantie is ingebouwd (mits goed ingericht uiteraard). Het is daarnaast ook een voordeel vanuit security-perspectief dat workloads op allerlei verschillende plekken kunnen draaien. Dat maakt het lastiger voor aanvallers om in runtime toe te slaan dan wanneer alles op een enkele locatie staat.
Aan de andere kant biedt een gedistribueerd datacenter wel een groter aanvalsoppervlak, ook al staat de data niet in de modules die onderdeel zijn van de visie van MISD. Compute is zeker niet van nature oninteressant of immuun voor aanvallers en aanvallen, dus daar moet ook goed over nagedacht worden als het gaat om security. Ook kunnen we ons voorstellen dat zelfs de relatief kleine compute-modules/containers niet zomaar overal neergezet kunnen en mogen worden. Dat moet ook eerst nog duidelijk worden. De kans bestaat dat dat pas gebeurt op het moment dat het het project richting de afrondende fase gaat.
Hoe realistisch is MISD?
Hoe realistisch is datgene wat de partijen achter het MISD-project ermee willen bereiken? Aangezien we voor het grootste gedeelte nog in de verkennende fase zitten, is dat een vraag die op dit moment lastig te beantwoorden is. Bruntink geeft aan dat Eurofiber in een zogeheten staging lab in hun datacenter in Arnhem ook allerlei dingen testen en opzetten. In de nabije toekomst wil men doorzetten met field labs. Dan wordt het dus alweer wat concreter.
Zodra we de kans krijgen om de eerste tastbare resultaten van dichtbij te zien, zullen we die zeker aangrijpen, want partijen die op een nieuwe manier naar bestaande vraagstukken kijken verdienen sowieso de aandacht. De oude manier werkt niet meer of niet meer goed, dus dan moeten er nieuwe manieren gevonden worden. De behoefte aan datacenters zien we in ieder geval niet afnemen. Sterker nog, die gaat alleen nog maar sneller toenemen. Dan kunnen we simpelweg niet alleen maar zeggen dat dingen niet kunnen, maar moeten we op zoek naar hoe het wel kan, op een duurzame manier.
Visualisatie door Jan-Jaap Rietjens, splintersite.nl





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17162841/190426CUL_2033109261_schmidtprijsHP.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19203248/190426SPO_2032975537_1.jpg)




English (US) ·